TbT 09-nov-2017

Throwback Thursday to 1994

“Het geeft uiteraard geen pas om een professioneel toporkest te gaan vergelijken met een amateurorkest”, maar Trouw deed het alsnog in januari 1994. En dus is deze Throwback Thursday een schaamteloos stukje zelfverheerlijking onder de titel: “Concertgebouworkest slaapverwekkender dan VU-amateurs met Bruckner”

 

TROUW 1994 - Concertgebouworkest slaapverwekkender dan VU-amateurs met Bruckner

Concertgebouworkest slaapverwekkender dan VU-amateurs met Bruckner

ROEL VAN DER LEEUW– 17 januari 1994
AMSTERDAM – Het kan verkeren. Aldus wordt Bredero al eeuwen geciteerd en iets verderop in het alfabet had Bruckner het hem deze week kunnen nazeggen, indien aanwezig geweest in het Amsterdamse Concertgebouw. Na de slaapverwekkende uitvoering van diens negende symfonie door het ver onder zijn gebruikelijke niveau spelende Koninklijk Concertgebouworkest voerde zaterdagavond in dezelfde zaal het orkest van de Vrije Universiteit onder Daan Admiraal de achtste symfonie uit. Een nog langer stuk, maar ogen en vooral oren konden bijna anderhalf uur lang moeiteloos open blijven. Het geeft uiteraard geen pas om een professioneel toporkest te gaan vergelijken met een amateurorkest, ook al is dat een van de betere in zijn soort. De twee uitvoeringen in hetzelfde repertoire, zo kort na elkaar gehoord, dringen toch enige gedachten op. De leden van het VU-orkest kunnen zich qua instrumentale vaardigheid in de verste verte niet meten met hun ‘collega’s’ in het KCO. Wat Gerd Albrecht in een paar professionele repetities bij dat laatste ensemble niet lukte, ging bij Daan Admiraal na ongetwijfeld maanden voorbereiding ook niet van een leien dakje, maar het resultaat klonk, ondanks vele tekortkomingen, iets gemotiveerder en dus meeslepender. Mijn bewondering voor deze amateurs is, kortom, weer enigszins gestegen. Geen zee gaat ze te hoog, de vraagtekens die juist deze programmering opriep gingen teloor in een uitvoering waarvan ik – niet echt een Brucknerfan – uitbundig heb genoten. Het VU-orkest lijkt in een zeer gelukkige fase van zijn bestaan te verkeren. Mooi houtblazers, een fraai strijkerskorps, een beetje wankele koperblazers, maar de Wagnertuba’s waren er wel en klonken prachtig. Het belangrijkste is natuurlijk dat Daan Admiraal erin slaagde om die hele lange zit spannend te houden, zonder je voortdurend in het gevoel te storten van zou dit of dat wel lukken. De tegenstellingen in het scherzo wist hij net zo goed gestalte te geven als de lange adem van het adagio. Dat toch reserves overhouden voor een flitsende finale getuigt van inzicht in de capaciteiten van je musici en die van jezelf. Wagner Voorafgaand aan Bruckner vertolkte sopraan Monika Peters de vijf Wesendonck-liederen van Wagner. De hartewens van de zangeres die daarmee in vervulling ging had ze beter nog een jaar of tien kunnen opschorten. Ze heeft een heel mooie alt mezzo, waar ze beslist zuinig op moet zijn; hoe die zich verder zal ontwikkelen lijkt mij onvoorspelbaar. De juiste tonen haaltt zij nu nog niet, dus waarop niet tevreden zijn met wat ze aan schoons wel te bieden heeft? Een volverzadigde Wagnerklank had het VU-orkest in ieder geval wel te bieden, waarbij deze keer een extra positieve kanttekening voor de strijkers.